Van zaterdaghulp naar slager in opleiding: Max groeit door
In de slagerij leer je het vak niet uit een boekje, maar met je handen. Door te doen, te proeven en soms ook door fouten te maken. Slagerij van Norden is voor Max Pull (23) uit Nijkerk dé plek waar dat leerproces elke dag centraal staat. Van zaterdaghulp groeide hij door naar slager in opleiding. En vooral bij het maken van verse runderworst merkt hij: elke keer word je een stukje beter.
Hoe ben je in het slagersvak terechtgekomen?
“Ik was op zoek naar een zaterdagbaantje en kwam zo bij de slagerij terecht. Na een paar weken had ik het zo naar mijn zin dat ik parttime ging werken, en al snel fulltime. Nu ben ik slager in opleiding en wil ik echt alles leren.”
Wat sprak je het meest aan toen je begon?
“Het contact met klanten en de gezelligheid in het team. Het is hier altijd levendig, dat past goed bij mij.”
Hoe ziet jouw werkdag eruit?
“Geen dag is hetzelfde. De ene dag sta ik worst of gehaktballen te maken, de andere dag help ik klanten, maak ik bestellingen en zorg ik dat de toonbank er strak bij ligt.”
Hoe leer je het vak in de praktijk?
“Mijn baas Richard leert mij alles. Ik maak van alles: verse runderworst, varkensworst, grillworsten, gehaktballen en specialiteiten. Hij neemt echt de tijd om me het vak én het ondernemen te leren. Ik wil alles weten.”
Waarom is oefenen zo belangrijk?
“Oefening baart kunst. Het is de uitdaging om elke keer dezelfde kwaliteit te leveren en het toch ambachtelijk te houden. Door te doen leer je het meest. En ja, soms gaat er iets mis, maar juist daarvan leer je.”
Kun je het maken van verse runderworst beschrijven?
“Het begint met het selecteren van goede rundersnippers. Dan draai je het gehakt en voeg je onze eigen kruiden toe. Daarna spoel je de darmen, vul je de stopbus en begin je met draaien en knopen. Dan zie je echt een product ontstaan waar je trots op kunt zijn.”
Wat vind je het leukste aan dat proces?
“Het knopen vind ik het leukst, maar eigenlijk is het hele proces mooi. Van begin tot eind werk je ergens naartoe.”
Wanneer merk je dat je beter wordt?
“Als alles steeds makkelijker gaat en ik minder hoef te vragen. Dan ga je vertrouwen op je eigen kunnen. Dat geeft een goed gevoel.”
Wat maakt deze slagerij bijzonder?
“We doen alles samen. We zijn echt een team, staan voor elkaar klaar en lachen elke dag. Dat maakt het werk extra leuk.”
Waar ben je het meest trots op?
“Dat ik ben gegroeid van zaterdaghulp naar slager in opleiding. Dat ik het vertrouwen krijg om producten te maken en dat er in mij geïnvesteerd wordt.”
Wat wil je nog leren?
“Alles. Ik wil het hele vak beheersen.”
Tot slot
“Het slagersvak is het mooiste vak dat er is. Als een klant terugkomt en deze vertelt hoe lekker het was, dáár doe je het voor.”